ECLI:NL:GHAMS:2015:4135
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen afwijzing klacht gerechtsdeurwaarders
Klager heeft bij de kamer voor gerechtsdeurwaarders een klacht ingediend tegen twee gerechtsdeurwaarders, welke door de voorzitter van de kamer op 5 juli 2011 als kennelijk niet-ontvankelijk is afgewezen. Klager stelde zich in hoger beroep tegen deze beschikking, maar het hof oordeelt dat op grond van artikel 39 lid 2 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet tegen een dergelijke afwijzing geen hoger beroep openstaat, slechts verzet bij de kamer binnen veertien dagen na kennisgeving.
Het hof nam kennis van de stukken en constateerde dat klager en de gerechtsdeurwaarders niet verschenen waren bij de terechtzitting. Gezien de wettelijke regeling en het ontbreken van een ander rechtsmiddel verklaart het hof klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.
De beslissing van het hof werd in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2015 door de rolraadsheer namens de kamer civiel recht en belastingrecht van het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Klager is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de afwijzing van zijn klacht door de voorzitter van de kamer voor gerechtsdeurwaarders.