Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 1977 gehuwd en hun huwelijk is in 2009 ontbonden. De man werd toen verplicht een partneralimentatie van €2.000 per maand te betalen aan de vrouw. In 2013 is deze uitkering bevestigd. De man heeft in 2015 hoger beroep ingesteld om de alimentatie te verlagen, terwijl de vrouw incidenteel hoger beroep instelde voor een hogere uitkering.
Het hof heeft vastgesteld dat de behoefte van de vrouw aan partneralimentatie niet is verminderd sinds de eerdere afspraken en dat haar aanvullende behoefte hoger is dan de uitkering die de man kan betalen. De man ontving pensioen en AOW, en had woonlasten, terwijl de vrouw een lager inkomen had en huur betaalde. Het hof verwierp het standpunt van de vrouw dat de man weer kamers moest gaan verhuren om zijn draagkracht te verhogen.
Op basis van de financiële situatie van beide partijen en de gebruikelijke normen voor draagkracht, bepaalde het hof dat de man een uitkering van €340 per maand aan de vrouw moet betalen vanaf 2014. Voor zover de man meer heeft betaald sinds die datum, hoeft de vrouw dit niet terug te betalen. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het hoger beroep van de man en de vrouw werden gezamenlijk behandeld.
Uitkomst: De partneralimentatie is gewijzigd naar €340 per maand vanaf 2014, met behoud van eerdere betalingen.