Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De verdere beoordeling
grief 2als
grief 1,
grief 3en
grief 4falen en dat
grief 5, die zelfstandige betekenis mist, hetzelfde lot deelt.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de door de kredietnemer gestelde handtekeningen op een reactieformulier van 23 november 2005 en op de kredietovereenkomst van 10 juni 1996 authentiek waren. Het hof had de kredietnemer toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen de stelling dat deze documenten door haar waren ondertekend.
Een deskundige werd benoemd om de echtheid van de handtekeningen te onderzoeken. Het deskundigenrapport concludeerde dat de betwiste handtekeningen waarschijnlijk en hoogstwaarschijnlijk door de kredietnemer waren geplaatst, zonder verschillen met het referentiehandschrift. Op basis hiervan oordeelde het hof dat de kredietnemer niet was geslaagd in het leveren van tegenbewijs.
Nationale-Nederlanden had haar eis in hoger beroep vermeerderd tot betaling van de volledige openstaande hoofdsom van €18.908,15, vermeerderd met vertragingsrente tot en met de dag van de dagvaarding en daarna. De kredietnemer betwistte deze wijziging niet inhoudelijk.
Het hof verklaarde het hoger beroep ongegrond, bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de kredietnemer tot betaling van het totaalbedrag van €24.862,41, vermeerderd met de overeengekomen vertragingsrente vanaf 1 april 2010. Tevens werd de kredietnemer veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep, waaronder de kosten van de deskundige.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de kredietnemer wordt veroordeeld tot betaling van de openstaande hoofdsom met rente en proceskosten.