Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
2.De feiten
3.De beoordeling
.”
primairintrekking van de opzegging van 21 maart 2013 dan wel herstel van de dienstbetrekking per augustus 2013 en betaling van het loon van € 8.000,= bruto per maand c.a. over de periode dat de arbeidsovereenkomst als gevolg van het ontslag is onderbroken,
subsidiairvergoeding van de inkomensschade van € 145.000,= bruto, en
meer subsidiairnakoming van het partnership als verwoord in de brief van 14 februari 2013, alsmede b) veroordeling van Ogilvy tot
primairbetaling van een koopsom van € 400.000,= voor de aankoop van een levenslang ouderdomspensioen van € 24.031,=,
subsidiairbetaling van een bedrag van € 127.894,82 voor de aankoop van een levenslang ouderdomspensioen (een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente en de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 3.775,=), en, ten slotte, c) veroordeling van Ogilvy in de proceskosten en de nakosten. [appellant] heeft daartoe gesteld, kort gezegd, met betrekking tot zijn onder a) bedoelde vordering dat sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag omdat Ogilvy UWV een onjuiste voorstelling van zaken heeft gegeven door zijn functie als Creative Director aan te duiden terwijl de door hem verrichte werkzaamheden strategisch advies betreffen, zodat van een valse of voorgewende reden kan worden gesproken, en, voorts, omdat de gevolgen van de opzegging voor hem te ernstig zijn in vergelijking tot het belang van Ogilvy bij de opzegging, gelet op de zeer geringe vergoeding die hem is aangeboden en de verwachting dat hij geen nieuwe baan zal vinden. Met betrekking tot zijn onder b) bedoelde primaire vordering heeft [appellant] gesteld, kort gezegd, dat hem bij indiensttreding een pensioentoezegging is gedaan met als uitgangspunt een opbouw van 70% van het eindloon bij 40 jaar dienstverband, maar dat Ogilvy zonder enige toelichting en zonder hem daarover (behoorlijk) te informeren de pensioenregeling meerdere malen ten nadele van [appellant] heeft gewijzigd, terwijl hij met betrekking tot zijn subsidiaire vordering heeft gesteld dat sprake is van strijd met de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (verder: WGBL), waardoor hij schade lijdt. Ogilvy heeft hiertegen verweer gevoerd.
grief Ien
grief IIfalen.
grief IIImoet worden verworpen.
grief Vtevergeefs is voorgesteld.
grief VIeveneens faalt.