ECLI:NL:GHAMS:2015:3781

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
20 juli 2015
Publicatiedatum
15 september 2015
Zaaknummer
23-001991-14
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak voor poging tot toebrengen van zwaar lichamelijk letsel wegens ontbreken voorwaardelijk opzet

In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter heeft het gerechtshof Amsterdam op 20 juli 2015 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel met een spuitbus gevuld met ontvlambare substantie.

Het hof heeft het bewijs onderzocht, waaronder de tenlastelegging en de verklaringen, en heeft geconcludeerd dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte voorwaardelijk opzet had op het gevolg van zwaar lichamelijk letsel. De uiterlijke gedragingen van verdachte boden onvoldoende aanknopingspunten dat hij bewust de aanmerkelijke kans op dat gevolg heeft aanvaard.

Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van de tenlastelegging. De advocaat-generaal had het hof verzocht het vonnis te bevestigen, maar het hof volgde dit niet.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarbij twee rechters niet konden medeondertekenen wegens afwezigheid.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor voorwaardelijk opzet op zwaar lichamelijk letsel.

Uitspraak

Parketnummer: 23-001991-14
Datum uitspraak: 20 juli 2015
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 7 mei 2014 in de strafzaak onder parketnummer 13-701483-14 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1981,
adres: Thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 juli 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 08 maart 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een spuitbus gevuld met deodorant, in elk geval met (een) (licht) ontvlamb(a)ar(e) gas/substantie naar voornoemde [slachtoffer] is toegegaan en/of (vervolgens) (in de directe nabijheid van voornoemde [slachtoffer]) eenmaal of meermalen met genoemde spuitbus deodorant en/of gas/substantie heeft gespoten naar en/of in de richting van voornoemde [slachtoffer] en/of (vervolgens) (bij/in voornoemd(e) deodorant en/of gas/substantie) een ontstoken aansteker, in elk geval een brandend voorwerp heeft gehouden.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.
Uit de bewijsmiddelen kan niet volgen dat de verdachte, bij gebreke van enige verklaring van de verdachte daaromtrent, voorwaardelijk opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. De uiterlijke verschijningsvorm van zijn handelen geeft te weinig aanknopingspunten waaruit kan volgen dat de kans op het gevolg van het handelen aanmerkelijk was en voorts kan uit de bewijsmiddelen niet volgen dat de verdachte de kans op het gevolg bewust heeft aanvaard.

BESLISSING

Het hof vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Jurgens, mr. A.P.M. van Rijn en mr. P.C. Römer, in tegenwoordigheid van mr. M. Helmers, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 juli 2015.
mr. Jurgens en mr. Römer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[....]