Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 1980 gehuwd en hun huwelijk werd in 2011 ontbonden. Bij beschikking werd de man verplicht partneralimentatie van €1.344 per maand te betalen aan de vrouw. De man verzocht in hoger beroep de alimentatie nihil te stellen of te verlagen, stellende dat de vrouw voldoende eigen inkomen heeft en haar behoefte lager is dan vastgesteld.
De vrouw heeft sinds 2003 reumatische artritis en werkt maximaal 20 uur per week, mede vanwege haar gezondheid en contractuele beperkingen. De man kon onvoldoende aantonen dat zij meer kan werken of volledig in haar levensonderhoud kan voorzien. Het hof oordeelde dat de behoefte van de vrouw volgens de gehanteerde 60%-norm terecht is vastgesteld en dat correctie op basis van lage woonlasten niet passend is.
Het verzoek tot limitering van de alimentatie bij pensionering van de man werd afgewezen wegens onduidelijkheid over het pensioenmoment en de gevolgen daarvan. Het hof bekrachtigde de eerdere beschikking en wees het verzoek van de man af.
Uitkomst: De partneralimentatie van €1.344 per maand wordt bekrachtigd en het verzoek tot verlaging of nihilstelling wordt afgewezen.