Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[naam geintimeerde 1] ,
[naam geintimeerde 2] ,
[naam geintimeerde 3] ,
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak stond centraal de geldigheid van een koopovereenkomst van aandelencertificaten, gesloten door een gevolmachtigde met ontoereikende volmacht. De rechtbank had de koopovereenkomst nietig verklaard en veroordeelde appellant tot overdracht van aandelen aan de erfgenamen. Het hof stelde vast dat de volmacht van 7 november 2007 niet strekte tot het sluiten van de koopovereenkomst, maar dat een latere volmacht van 23 mei 2008 de koopovereenkomst bekrachtigde.
De erfgenamen stelden dat de koopovereenkomst vernietigbaar was wegens onbekwaamheid van de volmachtgever, die leed aan dementie. Het hof oordeelde dat de verjaringstermijn van drie jaar voor vernietiging van rechtsvorderingen wegens onbekwaamheid aanving bij overlijden van de volmachtgever in 2008 en derhalve was verstreken in 2011, ruim vóór de brief van de erfgenamen in 2012. De buitengerechtelijke vernietiging was daardoor niet effectief.
Verder werd geoordeeld dat de vordering van appellant tot betaling door geintimeerde 1 van €9.000,- toewijsbaar was, omdat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat appellant rekening en verantwoording moest afleggen. De overige vorderingen van de erfgenamen werden afgewezen. Het hof veroordeelde geintimeerden in de proceskosten van eerste aanleg en hoger beroep.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank, wijst de vorderingen van de erfgenamen af en veroordeelt geintimeerde 1 tot betaling van €9.000,- aan appellant.