Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
2. Persoonsgebonden aftrekposten zijn de:
extrakosten € 374 (€ 624 minus € 249,60) per jaar. Dat is minder dan € 600, zodat eiser niet in aanmerking komt voor de in artikel 38, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling genoemde aftrek van € 750. Daarbij gaat de rechtbank voorbij aan de door eiser in dit verband gestelde kosten van bad- en douchebeurten van eiser ten bedrage van € 306,60. Eiser heeft daarbij gesteld dat hij zijn stomamateriaal onder de douche schoon maakt tijdens het douchen. Deze kosten kunnen niet worden aangemerkt als uitgaven voor kleding en beddengoed of daarmee samenhangende uitgaven. Bovendien betreffen dit geen extra kosten, aangezien het bedrag van € 306,60 door eiser gebaseerd is op NIBUD-gegevens voor normale jaarlijkse kosten van douche- en badbeurten (met gebruikmaking van een gasboiler) voor een eenpersoonshuishouden. Dat eiser meer dan dit bedrag aan kosten heeft gemaakt is niet aannemelijk gemaakt.”
geblekendat belanghebbende uitgaven voor extra kleding en beddengoed heeft gehad die het bedrag van € 600 te boven gaan. Voor het overige neemt het Hof het oordeel van de rechtbank en de daarvoor door haar gebezigde gronden over.
aannemelijkheeft gemaakt, laat het Hof hier in het midden.