Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
[het bedrijf],
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak vordert [X], een autoschadeherstelbedrijf, betaling van €2.999,59 voor herstelwerkzaamheden aan een schadeauto van [Y]. [Y] betwist dat zij opdracht heeft gegeven voor deze werkzaamheden en stelt dat de auto door [Z], werknemer van [X], in zijn vrije tijd en zonder tegenprestatie is hersteld.
De kantonrechter oordeelde dat [X] niet heeft bewezen dat er een overeenkomst van opdracht was gesloten en wees de vordering af. In hoger beroep handhaaft het hof dit oordeel omdat [X] onvoldoende feiten en bewijs heeft geleverd waaruit blijkt dat [Y] opdracht heeft gegeven.
Hoewel [X] aannemelijk heeft gemaakt dat hij werkzaamheden aan de auto heeft verricht, leidt dit niet tot een betalingsverplichting zonder opdracht. Het hof veroordeelt [X] in de proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de vordering tot betaling wordt afgewezen wegens ontbreken van bewijs van opdracht.