Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Amsterdam
Klaagster diende een klacht in tegen de notaris vanwege vermeende fouten bij de opmaak van de akte van levering en de nota van afrekening betreffende de verdeling van een garage uit de nalatenschap van haar overleden vader. Zij stelde dat de notaris onterecht kosten in rekening bracht, een volmacht zonder opdracht opstelde en dat het uurtarief te hoog was. Ook werd geklaagd over het gebrek aan reactie van de notaris en de druk op de familieverhoudingen.
De kamer voor het notariaat verklaarde de klacht ongegrond. Klaagster ging in hoger beroep, maar het hof beperkte zich tot de oorspronkelijke klachten omdat nieuwe klachten niet-ontvankelijk werden verklaard op grond van artikel 107 lid 4 Wna Pro. Het hof nam de feiten over zoals vastgesteld door de kamer en vond geen aanleiding tot een ander oordeel.
Het hof oordeelde dat de notaris een herstelbare fout in de conceptakte tijdig had hersteld en dat de kostenverrekening correct was. Ook was het niet verwijtbaar dat de nalatenschap nog niet was verdeeld, aangezien klaagster niet op een essentiële vraag had gereageerd. De klacht werd derhalve bevestigd als ongegrond en het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof bevestigt de ongegrondverklaring van de klacht tegen de notaris en verklaart nieuwe klachten niet-ontvankelijk.