Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[APPELLANTE SUB 1],
[APPELLANT SUB 2],
[APPELLANTE SUB 3],
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak vorderde MCN betaling van openstaande facturen voor werkzaamheden aan een hydraulische installatie in een mobiel object, uitgevoerd in opdracht van appellanten. Appellanten betwistten de hoogte van de vordering en stelden dat partijen een richtprijs van €25.000 waren overeengekomen, waardoor de vordering beperkt zou zijn.
Het hof stelde vast dat de werkzaamheden door MCN waren verricht en dat appellanten onvoldoende hadden gesteld om aan te tonen dat een richtprijs was overeengekomen. De stelling van appellanten dat MCN hen niet tijdig had geïnformeerd over prijsverhogingen faalde eveneens. Verder was MCN niet in verzuim gesteld voor oplevering, zodat een beroep op toerekenbaar tekortschieten niet slaagde.
Ook de door appellanten aangevoerde betwisting van betalingen en de omvang van buitengerechtelijke kosten werden door het hof verworpen. Het overzicht van appellanten werd als een kladje beoordeeld en de buitengerechtelijke kosten waren voldoende onderbouwd. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellanten in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering van MCN toe; appellanten worden veroordeeld in de kosten.