ECLI:NL:GHAMS:2015:3051
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.F. Faase
- J.A. van Horzen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag loonbelasting wegens onvoldoende bewijs privégebruik auto
Belanghebbende, een BV, stelde een auto ter beschikking aan haar directeur en enig aandeelhouder in 2006 zonder forfaitaire bijtelling toe te passen. Na een boekenonderzoek legde de Belastingdienst een naheffingsaanslag loonbelasting op wegens onvoldoende bewijs dat de auto minder dan 500 kilometer privé werd gebruikt.
De rechtbank oordeelde dat de door belanghebbende achteraf opgestelde rittenregistratie onvoldoende overtuigend was, mede omdat deze niet voldeed aan de wettelijke eisen, kladaantekeningen ontbraken en woon-werkverkeer routinematig werd geschat op 25 kilometer per dag zonder nadere onderbouwing. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en legde een vergrijpboete van 25% op wegens grove schuld.
Het hof sluit zich aan bij de feitenvaststelling en motivering van de rechtbank. Het hof benadrukt dat het achteraf opstellen van een rittenregistratie geen disculpatiegrond vormt en dat belanghebbende geen aanvullend bewijs heeft geleverd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De beschikking heffingsrente wordt eveneens gehandhaafd, omdat de beroepsgronden tegen de aanslag niet slaagden. Het hof veroordeelt belanghebbende niet in de proceskosten. Tegen deze uitspraak staat cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag loonbelasting met vergrijpboete wordt bevestigd.