Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant],
[appellante],
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
“al hetgeen de bank blijkens haar administratie van de schuldenaar te vorderen heeft of mocht hebben uit hoofde van verstrekte en/of alsnog te verstrekken geldleningen of kredieten in rekening-courant, tegenwoordige en /of toekomstige borgstellingen , dan wel uit welken anderen hoofde ook”tot een bedrag van € 673.000,- te vermeerderen met rente en kosten die werden begroot op € 336.500,-.
4.Beslissing
dinsdag 3 maart 2015voor opgave door de advocaat van [appellanten] van verhinderdata aan weerszijden (ook die van de getuigen), met opgave van de namen van de getuigen in de periode februari tot en met april 2015;