Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
grieven 1 en 2 in incidenteel appelzijn gericht tegen de afwijzing door de kantonrechter van de zojuist besproken vordering van [geïntimeerde]. Vanwege het slagen van de grief in principaal appel behoeven deze grieven geen bespreking. Bovendien echter heeft [geïntimeerde] geen feiten of omstandigheden gesteld op grond waarvan het in art. 7:262 lid 2 BW Pro neergelegde appelverbod zou kunnen worden doorbroken. Dit betekent dat, ook als het principaal appel zou zijn verworpen, deze grieven geen succes zouden hebben gehad.
grief 4 in incidenteel appelkomt [geïntimeerde] op tegen de door de kantonrechter bij het bestreden vonnis uitgesproken kostenveroordeling te zijnen laste, zulks tevergeefs omdat de vorderingen van [geïntimeerde] terecht niet zijn toegewezen en [geïntimeerde] daarom de in het ongelijk gestelde partij is.