ECLI:NL:GHAMS:2015:2004

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
26 mei 2015
Publicatiedatum
27 mei 2015
Zaaknummer
200.167.198-01 NOT
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 lid 1 WnaArt. 26 lid 2 WnaArt. 27 lid 1 Wna
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging schorsing notaris na veroordeling wegens deelname aan criminele organisatie en valsheid in geschrift

Bij vonnis van 16 februari 2015 is de notaris veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één jaar wegens deelneming aan een criminele organisatie, medeplegen van witwassen en valsheid in geschrift in authentieke akten. Op grond van artikel 26 lid 1 onder Pro c van de Wet op het notarisambt is de notaris per 19 februari 2015 geschorst in de uitoefening van zijn ambt. De kamer voor het notariaat heeft deze schorsing bekrachtigd.

De notaris heeft beroep ingesteld tegen deze bekrachtiging en aangevoerd dat alle omstandigheden, waaronder de mogelijke tuchtrechtelijke gevolgen en het ontbreken van een strafmaatverweer, in aanmerking genomen hadden moeten worden. Het hof heeft echter geoordeeld dat de wet een schorsing voorschrijft bij een veroordeling wegens misdrijf, zonder ruimte voor belangenafweging door de voorzitter.

Het hof constateert dat er geen zwaarwegende bijzondere omstandigheden zijn die een uitzondering rechtvaardigen en bevestigt daarom de schorsing. Andere aangevoerde argumenten zijn niet relevant voor de beslissing. De uitspraak is op 26 mei 2015 in het openbaar gedaan.

Uitkomst: Het hof bevestigt de schorsing van de notaris in de uitoefening van zijn ambt na diens veroordeling wegens misdrijf.

Uitspraak

beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.167.198/01 NOT
nummer eerste aanleg : 581734/ NT 15-11
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 26 mei 2015
inzake
[appellant],
notaris te [plaats],
appellant,
gemachtigde: mr. G. van Atten, advocaat te Amsterdam.

1.Het geding in hoger beroep

1.1.
Appellant (hierna: de notaris) heeft op 26 maart 2015 een beroepschrift bij het hof ingediend tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Amsterdam (hierna: de kamer) van 17 maart 2015. De kamer heeft in de bestreden beslissing de beslissing van de voorzitter van de kamer van 17 februari 2015 bekrachtigd.
1.2.
Bij per fax ontvangen brief van 15 april 2015, met bijlagen, heeft de notaris de gronden van het beroep aangevuld.
1.3.
De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 29 april 2015. De notaris, vergezeld van zijn gemachtigde, is verschenen en heeft het woord gevoerd, de gemachtigde van de notaris aan de hand van een aan het hof overgelegde pleitnota. De notaris heeft bovendien nog twee producties overgelegd.

2.De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3.De feiten

3.1.
Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. De notaris heeft tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.
3.2.
Kort gezegd gaat het in deze zaak om het volgende.
3.2.1.
Bij vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 16 februari 2015 is de notaris veroordeeld tot een (onvoorwaardelijke) gevangenisstraf voor de duur van één jaar wegens, kort samengevat, deelneming aan een criminele organisatie, medeplegen van witwassen en medeplegen van valsheid in geschrift in authentieke akten. De notaris heeft daartegen hoger beroep ingesteld.
3.2.2.
Bij beslissing van 17 februari 2015 heeft de fungerend voorzitter van de kamer op grond van artikel 26 lid Pro 1, aanhef en onder c, van de Wet op het notarisambt (Wna) de notaris in de uitoefening van zijn ambt als notaris geschorst voor onbepaalde tijd met ingang van 19 februari 2015 te 00:00 uur. Bij de bestreden beslissing heeft de kamer deze beslissing bekrachtigd.

4.Het standpunt van de notaris

De notaris heeft aangevoerd dat alle omstandigheden in aanmerking moeten worden genomen bij de vraag of de schorsing is gerechtvaardigd. In dat verband had naar de mening van de notaris onder meer moeten worden onderzocht of de hem verweten gedragingen tuchtrechtelijk tot een ontzetting zouden moeten leiden en moet er rekening mee worden gehouden dat in de strafzaak geen strafmaatverweer is gevoerd.

5.De beoordeling

5.1.
Ingevolge artikel 26 lid Pro 1, aanhef en onder c, Wna wordt een notaris door de voorzitter van de kamer voor het notariaat geschorst in de uitoefening van zijn ambt indien hij bij een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld dan wel aan hem bij een dergelijke rechterlijke uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft. Ingevolge artikel 26 lid 2 Wna Pro, in samenhang met artikel 27 lid Pro 1, tweede volzin, Wna, bekrachtigt de kamer voor het notariaat deze maatregel binnen vier weken.
5.2.
De notaris is bij nog niet onherroepelijk geworden vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 16 februari 2015 wegens misdrijf veroordeeld. Uit artikel 26 lid Pro 1, aanhef en onder c, Wna volgt dat de notaris om deze reden moet worden geschorst in de uitoefening van zijn ambt. Voor een belangenafweging door de voorzitter is geen plaats. Evenmin is gebleken van zwaarwegende, bijzondere omstandigheden die rechtvaardigen dat een uitzondering wordt gemaakt op het gevolg dat de wetgever heeft verbonden aan de veroordeling van een (toegevoegd) notaris. De kamer heeft de beslissing van de voorzitter daarom terecht bekrachtigd.
5.3.
Hetgeen verder nog naar voren is gebracht, kan buiten beschouwing blijven omdat het niet van belang is voor de beslissing in deze zaak.
5.4.
Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

Het hof bevestigt de bestreden beslissing.
Deze beslissing is gegeven door mrs. W.J.J. Los, A.H.N. Stollenwerck en M. Bijkerk en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2015 door de rolraadsheer.