Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
[de minderjarige],
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 1992 gehuwd en in 2008 gescheiden. Uit het huwelijk is een minderjarige geboren die sinds de scheiding bij de moeder verblijft. Er is sprake van een langdurige slechte verstandhouding tussen de ouders, waardoor het gezamenlijk gezag feitelijk niet wordt uitgeoefend sinds 2013. De minderjarige heeft zich uitdrukkelijk uitgesproken tegen het gezamenlijk gezag vanwege de spanningen.
De rechtbank had het gezamenlijk gezag in stand gelaten, maar het hof oordeelt dat het kind klem zit tussen de ouders en dat voortzetting van gezamenlijk gezag zijn belangen schaadt. Het hof beëindigt het gezamenlijk gezag en kent het eenhoofdig gezag toe aan de moeder, die de primaire verzorgster is en bij wie het kind woont.
Daarnaast is de benoeming van een bijzondere curator verlengd vanwege onduidelijkheid over het beheer van het spaargeld van de minderjarige door de moeder. De moeder heeft onvoldoende inzicht gegeven in het verloop van de spaarrekening, waardoor het hof de verlenging van de bijzondere curator bekrachtigt.
De verzoeken van de vader om het eenhoofdig gezag te verkrijgen worden afgewezen. De zorgregeling wordt niet gewijzigd omdat de moeder haar hoger beroep daarop heeft ingetrokken. De kosten worden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en het eenhoofdig gezag wordt aan de moeder toegekend.