ECLI:NL:GHAMS:2015:1913
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M. Wigleven
- A. van Haeringen
- L.H.M. Zonnenberg
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ondertoezichtstelling minderjarige wegens zorgelijke opvoedsituatie en gezondheid
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de kinderrechter die de ondertoezichtstelling van haar minderjarige kind, [kind A], heeft verlengd. De ondertoezichtstelling is ingesteld vanwege ernstige bedreigingen van de zedelijke en geestelijke belangen en gezondheid van het kind, waaronder spanningen tussen ouders, schoolverzuim en gezondheidsproblemen door de ziekte van Crohn.
De moeder betwist de noodzaak van verlenging, stellende dat belangrijke doelen zijn behaald en dat het kind geen contact met de vader wenst. De Raad voor de Kinderbescherming en de vader betogen dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk blijft vanwege onvoldoende communicatie tussen ouders, het ontbreken van onbelemmerd contact met de vader en het risico dat het kind medicatie zal weigeren.
Het hof constateert dat hoewel de gezondheid en schoolgang van het kind zijn verbeterd, deze verbetering mede te danken is aan de gezinsvoogd en dat de moeder zich verzet tegen vrijwillige hulpverlening. Het hof acht de ondertoezichtstelling daarom nog steeds noodzakelijk om de belangen van het kind te waarborgen.
De bestreden beschikking wordt bekrachtigd en het verzoek van de moeder wordt afgewezen. De moeder wordt niet veroordeeld in de proceskosten, die ieder voor eigen rekening blijven.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling van de minderjarige en wijst het hoger beroep van de moeder af.