ECLI:NL:GHAMS:2015:1906

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
19 mei 2015
Publicatiedatum
21 mei 2015
Zaaknummer
200.137.822-01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 28 Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Prejudiciële vraag over inbewaringstelling en schadevergoeding volgens Wet BOPZ

In deze zaak staat centraal de uitleg van artikel 28 van Pro de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet BOPZ) met betrekking tot de inbewaringstelling van een persoon op basis van een geneeskundige verklaring van een arts die geen psychiater is. Het hof onderzoekt of het vereiste dat de betrokkene 'immediately after the arrest' door een psychiater moet worden onderzocht, betekent dat dit binnen zes daglichturen moet gebeuren, en of een andere termijn van toepassing kan zijn.

Daarnaast wordt de vraag gesteld of de schadevergoeding die genoemd wordt in artikel 28 Wet Pro BOPZ altijd ten laste komt van de burgemeester of gemeente, ook wanneer de omstandigheden die leiden tot de onrechtmatigheid van de last buiten hun invloedssfeer liggen. Het hof heeft partijen de gelegenheid gegeven zich uit te laten over de voorgestelde prejudiciële vragen, waarop geen bezwaren zijn ontvangen.

Het hof besluit de prejudiciële vragen aan de Hoge Raad voor te leggen en houdt iedere verdere beslissing aan. Tevens wordt bepaald dat de griffier de beschikking en relevante stukken onverwijld aan de Hoge Raad zal zenden. Deze tussenuitspraak is gedaan door het meervoudige hof in het civiele recht, afdeling familie- en jeugdrecht, op 19 mei 2015.

Uitkomst: Het hof legt prejudiciële vragen voor aan de Hoge Raad en houdt verdere beslissing aan.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
Uitspraak: 19 mei 2015
Zaaknummer: 200.137.822/ 01
Zaaknummer eerste aanleg: 2024226 / FA RK 13-2101
Beschikking van de meervoudige familiekamer
in de zaak in hoger beroep van:
de gemeente […],
zetelend te […],
appellante,
advocaat: mr. D.J. de Jongh te Amsterdam,
tegen
[…],
wonende te […]
geïntimeerde,
advocaat: mr. J.J. Perrels te Hoofddorp.

1.Het geding in hoger beroep

1.1.
Partijen worden hierna wederom respectievelijk de gemeente en [x] genoemd.
1.2.
Het hof heeft op 17 februari 2015 een tussenbeschikking gegeven. Voor het procesverloop tot die datum wordt verwezen naar die beschikking.
1.3.
[x] heeft op 4 maart 2015 een bericht aan het hof gezonden.
1.4.
De gemeente heeft op 10 maart 2015 een bericht aan het hof gezonden.

2.Verdere beoordeling van het hoger beroep

4.1.
Bij genoemde tussenbeschikking zijn de gemeente en [x] in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de voorgestelde aan de Hoge Raad te stellen prejudiciële vragen. Beide partijen hebben – elk voor zich – bericht geen op- of aanmerkingen te hebben ten aanzien van de door het hof voorgestelde vragen.
4.2.
Er zal derhalve als na te melden worden beslist.
4.3.
De griffier zal onverwijld een afschrift van deze beslissing alsmede van de tussenbeschikking van 17 februari 2015 aan de Hoge Raad zenden.
4.4.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.Beslissing

Het hof:
verzoekt de Hoge Raad om bij wijze van prejudiciële beslissing de volgende rechtsvragen te beantwoorden:

1. Is aan het vereiste dat de door de burgemeester afgegeven last onrechtmatig was voldaan indien vaststaat dat degene ten aanzien van wie een last tot inbewaringstelling is afgegeven op basis van een geneeskundige verklaring van een arts, niet zijnde een psychiater, niet ‘immediately after the arrest’ alsnog is onderzocht door een psychiater?

2. Komt de in artikel 28 Wet Pro BOPZ genoemde schadevergoeding (in alle gevallen) ten laste van de burgemeester, althans de gemeente, ook indien de feiten en omstandigheden die tot het oordeel leiden dat de gegeven last onrechtmatig was als bedoeld in dat artikel buiten de invloedssfeer liggen van de burgemeester?

3. Indien vraag 1 bevestigend moet worden beantwoord, is het uitgangspunt juist dat aan het vereiste ‘immediately after the arrest’ is voldaan indien degene ten aanzien van wie een last tot inbewaringstelling is afgegeven binnen zes daglichturen als bedoeld in de beschikking waarvan beroep is onderzocht door een psychiater? Of geldt een kortere dan wel langere termijn?;
bepaalt dat de griffier onverwijld een afschrift van deze beschikking alsmede van de tussenbeschikking van 17 februari 20115 zendt aan de griffier van de Hoge Raad, Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage;
bepaalt dat de griffier afschriften van de andere op de procedure betrekking hebbende stukken op diens verzoek aan de griffier van de Hoge Raad zendt;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.N. van de Beek, mr. M. Wigleven en mr. W.K. van Duren in tegenwoordigheid van mr. S.J.M. Lok als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2015