Uitspraak
1.[verzoekers sub 1],
[verzoekers sub 2],
mr. W.H.A.M. van den Muijsenbergh, kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. B.L.M. Voorvaart,kantoorhoudende te Amsterdam.
Gerechtshof Amsterdam
De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde een verzoek tot vaststelling van onderzoekskosten in een langlopende zaak over het beleid van Welgelegen BV en Welgelegen CV. In 1995 werd een onderzoek bevolen en een bedrag van fl. 20.000 als minimumkosten vastgesteld, later verhoogd tot fl. 30.000. De onderzoeker diende in 1998 zijn verslag in, maar ontving geen betaling.
In 2014 werd geconstateerd dat het bedrag van fl. 20.000 nog op de rekening van het Gerechtshof stond. De onderzoeker vorderde dit bedrag, omgezet naar €9.075,60, als vergoeding voor zijn werkzaamheden. Verweerster en haar advocaat betwistten dit, stellende dat het verzoek verjaard was en dat betaling reeds had plaatsgevonden, maar leverden geen bewijs.
De Ondernemingskamer oordeelde dat het bedrag redelijk is en dat de onderzoeker geen betaling heeft ontvangen. Een beroep op verjaring faalde omdat de vergoeding nog niet eerder was vastgesteld en de griffier verantwoordelijk is voor uitbetaling. Daarom werd het bedrag van €9.075,60 aan de onderzoeker toegekend en gelast tot uitbetaling.
Uitkomst: De Ondernemingskamer stelt de onderzoekskosten vast op €9.075,60 en gelast de griffier dit bedrag aan de onderzoeker uit te betalen.