Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 2005 gehuwd en in 2011 gescheiden. Uit het huwelijk zijn twee kinderen geboren die bij de vrouw verblijven. De man werkt bij de Rabobank met een bruto maandsalaris van circa €6.887, terwijl de vrouw een WW- en later een Ziektewetuitkering ontvangt.
De vrouw verzocht om verhoging van de kinderalimentatie naar €600 per kind per maand en een partneralimentatie van €1.700 per maand. De rechtbank had de kinderalimentatie vastgesteld op €400 per kind per maand en partneralimentatie niet toegekend.
Het hof stelde de draagkracht van partijen vast volgens de nieuwe richtlijn van 1 april 2013, rekening houdend met het netto besteedbaar inkomen en aflossingen op huwelijkse schulden. De kinderalimentatie werd berekend op €363 per kind per maand, afgerond €400, waarmee het hof de beschikking bekrachtigde.
De partneralimentatie werd afgewezen omdat de vrouw haar behoefte onvoldoende met stukken had onderbouwd, ondanks betwisting door de man. Het hof oordeelde dat de vrouw niet volstaat met een verwijzing naar de hofnorm en het gezinsinkomen.
De kosten van de procedure worden gecompenseerd en de beschikking van de rechtbank blijft in stand.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking over kinderalimentatie en wijst het verzoek tot partneralimentatie af wegens onvoldoende onderbouwing.