Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
2.De stukken van het geding
3.De feiten
is aan begiftigde op zestien maart tweeduizend zes geschonken een bedrag groot zeven en negentig duizend vijf honderd euro (€ 97.500,00),
verschuldigd is voor het op zestien maart tweeduizend zes aan hem geleverde onverdeelde helft in het perceel (…) [eiland] (…).”
4.Het standpunt van klagers
5.Het standpunt van de notaris
6.De beoordeling
ne-bis-in-idem-beginsel leidt ertoe, dat als kan worden gesproken van “hetzelfde feit”, de beoordeling van de eerdere klacht aan een nieuwe tuchtrechtelijke beoordeling van hetzelfde handelen van de notaris in de weg staat.