Uitspraak
mrs. J. Fleming en M.J.J. de Bontridder,
mr. W.H.A.M. van den Muijsenbergh.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak heeft de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam een kennelijke verschrijving in haar beschikking van 19 januari 2015 hersteld. De fout betrof een verkeerde datum in het dictum, waarbij '18 april 2004' vermeld stond in plaats van '18 augustus 2004'.
De Ondernemingskamer heeft partijen via e-mail in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de voorgenomen correctie. Eén van de advocaten, mr. Van den Muijsenbergh, gaf geen bezwaar tegen de verbetering, terwijl van mr. Fleming geen reactie werd ontvangen binnen de gestelde termijn.
De Kamer oordeelde dat de fout onder artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering valt en derhalve voor verbetering in aanmerking komt. De beschikking werd aangepast zodat het dictum correct vermeldt dat de onmiddellijke voorzieningen van 18 augustus 2004 zijn beëindigd. Tevens werd bevestigd dat het onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Carmeuse North America B.V. wordt beëindigd en dat de beschikking uitvoerbaar bij voorraad is.
Deze beslissing werd uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer op 22 januari 2015, waarbij vijf raadsheren en de griffier aanwezig waren.
Uitkomst: De Ondernemingskamer herstelt de kennelijke verschrijving door de datum te corrigeren en bevestigt de beëindiging van het onderzoek en de onmiddellijke voorzieningen.