ECLI:NL:GHAMS:2015:1225
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen beslissing kamer gerechtsdeurwaarders
Klagers hebben een klacht ingediend bij de kamer voor gerechtsdeurwaarders tegen een gerechtsdeurwaarder, welke klacht door de voorzitter van de kamer als kennelijk ongegrond werd afgewezen. Klagers stelden hiertegen verzet in, dat eveneens ongegrond werd verklaard door de kamer. Vervolgens kwamen klagers in hoger beroep tegen deze beslissing van de kamer.
Het hof heeft het hoger beroep behandeld, waarbij geen van de partijen is verschenen. De gerechtsdeurwaarder heeft betoogd dat klagers niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun hoger beroep. Het hof heeft overwogen dat op grond van artikel 39 lid 4 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet tegen de beslissing van de kamer op het verzet geen rechtsmiddel openstaat voor klagers.
Aangezien er geen sprake is van schending van fundamentele procesbeginselen of andere uitzonderlijke gronden die een doorbreking van het appelverbod rechtvaardigen, oordeelt het hof dat klagers niet in hoger beroep kunnen worden ontvangen. Het hof verklaart daarom klagers niet-ontvankelijk in hun hoger beroep tegen de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders.
Uitkomst: Klagers worden niet-ontvankelijk verklaard in hun hoger beroep tegen de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders.