Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant sub 1]
[appellant sub 2],
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
ING Bank N.V.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak ging het om vorderingen van hoofdelijke medeschuldenaren tegen een geïntimeerde met betrekking tot een hypothecaire lening en een geldlening. De rechtbank had de geïntimeerde veroordeeld tot betaling van een bedrag, maar het hof vernietigde dit vonnis deels en oordeelde anders over de aard van de verplichtingen.
Het hof stelde vast dat appellanten slechts borg waren voor de hypothecaire lening en geen zelfstandige betalingsverplichting hadden, maar dat de geïntimeerde onvoldoende tegenbewijs leverde. De betaling van €30.000 door appellanten was aan de bank gedaan en de woning was executoriaal verkocht. Het beroep op verjaring en misbruik van recht door de geïntimeerde faalde.
Voor de geldlening werd vastgesteld dat de geïntimeerde partij was bij de overeenkomst en dat de vordering opeisbaar was. De rente over de geldlening werd toegewezen vanaf oktober 2009. De buitengerechtelijke kosten werden beperkt toegekend tot €139,14. Het hof veroordeelde de geïntimeerde tot betaling van de gevorderde bedragen met rente en kosten, en wees het meer gevorderde af.
Uitkomst: Het hof veroordeelt geïntimeerde tot betaling van €30.000 met wettelijke rente en contractuele rente over €15.000, wijst buitengerechtelijke kosten toe en vernietigt het vonnis deels.