ECLI:NL:GHAMS:2014:771
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- M. Wigleven
- P.J.W.M. Sliepenbeek
- Rechtspraak.nl
Geen vervangende toestemming erkenning en afwijzing omgangsregeling biologische vader en zoon
De man is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland waarin zijn verzoek tot vervangende toestemming tot erkenning van zijn zoon en tot vaststelling van een omgangsregeling werd afgewezen.
De rechtbank had de verzoeken afgewezen omdat het belang van het kind en de moeder zich tegen erkenning verzetten en er geen sprake was van een nauwe persoonlijke betrekking tussen vader en kind. De bijzondere curator en de Raad voor de Kinderbescherming adviseerden de beschikking te bekrachtigen.
Het hof overweegt dat erkenning niet mag leiden tot schade aan het kind, bijvoorbeeld door psychische problemen bij de moeder die het opvoedklimaat verstoren. Gezien de slechte verstandhouding en de impact van het verleden op de moeder, weegt het belang van het kind en de moeder zwaarder dan dat van de vader.
Ten aanzien van de omgangsregeling stelt het hof dat de vader onvoldoende heeft aangetoond dat er sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking met het kind, zoals vereist in artikel 1:377a BW. De man heeft geen contact gehad met het kind en heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er een voorgenomen gezinsleven bestond.
Daarom wordt de man niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot omgangsregeling. De bestreden beschikking wordt op dit punt vernietigd, maar het verzoek alsnog afgewezen. De kosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Verzoek tot vervangende toestemming tot erkenning afgewezen en man niet-ontvankelijk in verzoek omgangsregeling verklaard.