Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de vaderis het volgende gebleken.
de moederis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen, de vader en moeder van een minderjarige geboren in 2011, zijn in geschil over gezamenlijk gezag en omgangsregeling. De moeder woont sinds juli 2013 met de kinderen in Polen, de vader woont in Nederland en ontvangt een WIA-uitkering. De rechtbank wees het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag af en stelde een omgangsregeling vast.
Het hof bevestigt dat gezamenlijk gezag alleen kan worden toegewezen indien ouders in staat zijn gezamenlijk beslissingen te nemen en het kind niet klem raakt. Gezien de langdurige communicatieproblemen, conflicten en huiselijk geweld in het verleden, en het feit dat de moeder met de kinderen naar Polen is vertrokken, acht het hof gezamenlijk gezag niet in het belang van het kind.
De omgangsregeling wordt aangepast: de vader mag één week per kwartaal omgang hebben in Polen, waarbij hij het kind dagelijks ziet. De moeder moet een retourbusreis per jaar vergoeden als de vader vier keer per jaar reist. De vader heeft geen draagkracht om een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding te betalen vanwege zijn lage inkomen en schulden. De beschikking van de rechtbank wordt op deze punten bekrachtigd en waar nodig vernietigd.
Uitkomst: Verzoek gezamenlijk gezag afgewezen; omgangsregeling vastgesteld met bezoek in Polen en deels vergoeding reiskosten door moeder.