ECLI:NL:GHAMS:2014:6126
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.F.G.H. Beckers
- M.M.A. Gerritzen - Gunst
- M. Perfors
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging voogdij BJAA over minderjarige wegens noodzakelijke professionele hulpverlening
De pleegmoeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking waarbij de voogdij over de minderjarige van de pleegvader is overgedragen aan Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam (BJAA). De pleegmoeder verzoekt alsnog tot voogdij te worden benoemd, stellende dat zij de meest constante factor in het leven van het kind is en beter in staat is de noodzakelijke hulpverlening te coördineren.
BJAA betwist dit en stelt dat de pleegmoeder weigert samen te werken met hulpverleningsinstanties, wat de start van noodzakelijke behandeling belemmert. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert de beschikking te bekrachtigen. De bijzondere curator adviseert een tijdelijke voogdij bij BJAA als tussenstap, met als doel uiteindelijk de pleegmoeder tot voogd te benoemen.
Het hof overweegt dat de minderjarige ernstige problematiek heeft, waaronder FAS-syndroom, ADHD en hechtingsstoornis, en dat hij dringend professionele hulp nodig heeft. De pleegmoeder erkent de problematiek maar werkt slechts onder haar voorwaarden mee, wat leidt tot strijd met hulpverleners en het niet starten van behandeling. Tijdelijke voogdij acht het hof niet in het belang van het kind vanwege de complexiteit van de situatie.
Daarom bekrachtigt het hof de beschikking waarbij BJAA de voogdij krijgt toegewezen en wijst het het verzoek van de pleegmoeder af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking waarbij BJAA de voogdij over de minderjarige houdt en wijst het verzoek van de pleegmoeder af.