ECLI:NL:GHAMS:2014:6107
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M. Wigleven
- M.M.A. Gerritzen - Gunst
- J.W. Brunt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek aanhouding verdeling nalatenschap woning in hoger beroep
Appellante en haar kinderen zijn enige erfgenamen van haar vader, die op 12 juli 2013 overleed. Tot de nalatenschap behoort een woning met hypotheken en aanzienlijke achterstallige onderhoudskosten. De bewindvoerder van appellante is door de kantonrechter gemachtigd om namens haar mee te werken aan de verkoop van deze woning.
Appellante verzoekt in hoger beroep om de verdeling van de nalatenschap betreffende de woning voor vijf jaar aan te houden, zodat zij en haar kinderen in de woning kunnen blijven wonen en mogelijk waardestijging kunnen afwachten. Zij stelt dat de kosten voor onderhoud overschat zijn en dat zij een kleine hypotheek kan afsluiten. Tevens vreest zij verlies van haar bijstandsuitkering bij verkoop.
Het hof oordeelt dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat verkoop in strijd is met haar belangen of die van haar kinderen. Er is sprake van aanzienlijke schulden en onvoldoende liquide middelen in de nalatenschap. De belangen van de andere erfgenamen en de noodzaak tot afwikkeling van de nalatenschap wegen zwaarder. Het verzoek tot aanhouding wordt afgewezen en de machtiging tot verkoop wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot aanhouding van de verdeling af en bekrachtigt de machtiging tot verkoop van de woning.