ECLI:NL:GHAMS:2014:6100
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M.A. Gerritzen - Gunst
- M.F.G.H. Beckers
- J.A. van Keulen
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging kinderalimentatie en proceskostenveroordeling na hoger beroep
Partijen, de man en de vrouw, hadden een relatie van 2008 tot 2011 waaruit een kind is geboren. De vrouw heeft het hoofdverblijf van het kind en uit een eerder huwelijk een dochter. De rechtbank had bepaald dat de man vanaf 19 april 2013 een bijdrage van €300 per maand moest betalen voor de verzorging en opvoeding van het kind.
De man kwam in hoger beroep en stelde dat hij niet draagkrachtig was, slechts een inkomen uit loondienst had, schulden had en dat de bijdrage ten onrechte vanaf 19 april 2013 was vastgesteld. De vrouw betwistte dit en stelde dat de man als dj meer inkomsten had dan alleen het loon uit loondienst en dat hij onvoldoende inzicht gaf in zijn inkomsten.
Het hof oordeelde dat de man onvoldoende gemotiveerd had betwist dat hij meer inkomsten had dan alleen het loon uit loondienst en dat hij niet was verschenen om zijn standpunt toe te lichten. Gezien de overgelegde stukken achtte het hof de man draagkrachtig om de bijdrage van €300 te betalen. De ingangsdatum van 19 april 2013 werd gehandhaafd.
Beide partijen verzochten proceskostenveroordeling. Het hof besloot af te wijken van de gebruikelijke regel dat iedere partij haar eigen kosten draagt, omdat de man in hoger beroep geen nieuwe feiten aanvoerde en niet verscheen, waardoor de vrouw onnodige kosten maakte. De man werd veroordeeld in de proceskosten van de vrouw voor het hoger beroep.
De bestreden beschikking werd bekrachtigd en het verzoek van de man tot afwijzing van de bijdrage en kostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de kinderalimentatiebijdrage van €300 per maand en veroordeelt de man in de proceskosten van de vrouw.