Uitspraak
mr. J.E. van Rossemte Amsterdam,
mr. P.J. Wytzeste Amstelveen.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak staat de vraag centraal of de moeder met haar minderjarige zoon naar de Verenigde Staten mag verhuizen. De moeder heeft het gezag over het kind en wil verhuizen vanwege haar persoonlijke omstandigheden en een nieuwe relatie in Amerika. De vader, die gezamenlijk gezag wenst, verzet zich tegen de verhuizing en vordert een verbod.
De voorzieningenrechter heeft eerder het verbod op verhuizing ingesteld totdat in een bodemprocedure een definitieve beslissing is genomen. Het hof bevestigt dit oordeel en benadrukt dat het belang van het kind voorop staat, met name de noodzaak om het basisschooljaar in Nederland af te ronden en het belang van stabiliteit.
Hoewel de moeder haar situatie en de voordelen van de verhuizing toelicht, is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verhuizing nu noodzakelijk is. Het hof acht het daarom in het belang van het kind om de huidige situatie te handhaven totdat de bodemprocedure is afgerond en een deskundig advies van de Raad voor de Kinderbescherming beschikbaar is.
Uitkomst: Het verbod op verhuizing naar de Verenigde Staten wordt gehandhaafd totdat de bodemprocedure is afgerond.