ECLI:NL:GHAMS:2014:6050
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M. Wigleven
- R.G. Kemmers
- A.V.T. de Bie
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontheffing ouderlijk gezag en ondertoezichtstelling minderjarigen
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die haar ontheffing van het ouderlijk gezag over drie minderjarige kinderen beoogde. De kinderen zijn langdurig onder toezicht gesteld en in pleeggezinnen geplaatst vanwege ernstige emotionele en gedragsproblemen.
De moeder betwist de ontheffing en voert aan dat zij niet ongeschikt is, dat het gedrag van de kinderen mede veroorzaakt wordt door de uithuisplaatsing en pleeggezinnen, en dat zij onvoldoende betrokken is bij onderzoeken. De Raad stelt dat de moeder ongeschikt is en dat de ontheffing noodzakelijk is voor de stabiliteit en veiligheid van de kinderen.
Het hof oordeelt dat de ontheffing terecht is voor twee kinderen ([kind A] en [kind B]) gezien hun ernstige problematiek en gehechtheid aan pleeggezinnen. Voor de derde minderjarige ([kind C]) wordt de ontheffing vernietigd vanwege het ontbreken van duidelijkheid over permanente plaatsing en contactmogelijkheden. [kind C] wordt ambtshalve opnieuw onder toezicht gesteld. De voogdij wordt uitgevoerd door WSJ namens BJZNH, wat het hof passend acht.
De moeder wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek betreffende de bezoekregeling, en het verzoek tot benoeming van een deskundige wordt afgewezen. De beschikking van de rechtbank wordt in zoverre bekrachtigd en in zoverre vernietigd dat het gezag over [kind C] niet wordt ontheven.
Uitkomst: De ontheffing van het gezag over twee kinderen wordt bekrachtigd, de ontheffing over één kind wordt vernietigd met ambtshalve ondertoezichtstelling.