Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 1995 gehuwd en in 2014 gescheiden. De man is werkzaam in loondienst en heeft daarnaast een timmerbedrijf. De vrouw heeft geen werkervaring en een beperkt opleidingsniveau, waardoor zij momenteel niet in haar levensonderhoud kan voorzien.
De man kwam in hoger beroep tegen de alimentatiebeschikking van de rechtbank en verzocht onder meer om afwijzing van de alimentatie of beperking van de duur tot vijf jaar. Het hof stelde vast dat de behoefte van de vrouw niet wordt overschreden door de alimentatie, maar dat zij zich wel moet inspannen om werk te vinden. Vanwege haar leeftijd en beperkte ervaring achtte het hof niet aannemelijk dat zij binnen vijf jaar volledig in haar behoefte kan voorzien.
De man stelde dat alleen zijn loon uit loondienst in aanmerking moest worden genomen en niet de inkomsten uit zijn timmerbedrijf, dat hij als hobbymatig beschouwde. Het hof oordeelde dat het bedrijf sinds 1999 wordt voortgezet en dat het redelijk is dat hij dit blijft doen, ondanks een blessure die zijn inkomsten tijdelijk beperkt.
Het hof bepaalde de alimentatiebedragen voor verschillende periodes, rekening houdend met de tijdelijke inkomensdaling van de man door zijn blessure en revalidatie. De beschikking werd vernietigd voor zover nodig en opnieuw vastgesteld met een maandelijkse alimentatie van €1.370,- tot 1 april 2014, €635,- tot 1 maart 2015 en weer €1.370,- vanaf die datum, met wettelijke indexering.
Uitkomst: De partneralimentatie is vastgesteld met aangepaste bedragen en zonder beperking van de duur.