ECLI:NL:GHAMS:2014:5611
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verwijzing zaak naar Ondernemingskamer wegens absolute onbevoegdheid hoger beroep
In deze civiele zaak vordert appellante de overname van haar aandelen in Holland Pensioen Partners B.V. (HPP) tegen een door de rechtbank vastgestelde waarde. De rechtbank heeft reeds geoordeeld dat geïntimeerden de aandelen moeten overnemen en een deskundige heeft de waarde vastgesteld op €8.400.
Het hoger beroep richt zich uitsluitend op de waardering van de aandelen. HPP c.s. betwisten de bevoegdheid van de meervoudige burgerlijke kamer van het hof om kennis te nemen van dit hoger beroep en stellen dat dit exclusief de bevoegdheid van de Ondernemingskamer is op grond van de artikelen 2:343 lid 3 jo 2:343 lid 1 jo 2:336 lid 3 BW.
Het hof oordeelt dat het absoluut onbevoegd is om van deze vordering kennis te nemen, ongeacht het tijdstip waarop het verweer is gevoerd, en verwijst de zaak naar de Ondernemingskamer. Alle verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: Het hof verklaart zich absoluut onbevoegd en verwijst de zaak naar de Ondernemingskamer.