Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
3.Het geschil in hoger beroep
- de erkenning van [de minderjarige] gedaan door [X] op 29 april 2011 aan te merken als nietig, althans deze te vernietigen en de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Amsterdam te gelasten die erkenning van [de minderjarige] door [X] door te halen;
- de man als verwekker van [de minderjarige] toestemming te verlenen hem te erkennen en de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Amsterdam te gelasten een erkenningsakte op te maken waarin [de minderjarige] door de man wordt erkend;
- te bepalen dat de man met ingang van 1 juli 2011 iedere zondag gedurende één uur omgang heeft met [de minderjarige] en te bepalen dat dit met ingang van 1 augustus 2011 en iedere daaropvolgende maand wordt uitgebreid met één uur en met ingang van 1 januari 2012 te bepalen dat [de minderjarige] iedere zondag van 09.00 uur tot en met 17.00 uur bij de man zal verblijven, althans een zodanige regeling vast te stellen als de rechtbank juist acht;
- de vrouw te verplichten de man maandelijks op de hoogte te houden van belangrijke aangelegenheden in het leven van [de minderjarige] en haar te verplichten hem te raadplegen over de hieromtrent te nemen beslissingen.