ECLI:NL:GHAMS:2014:5452
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Visser
- D.J. Oranje
- A.C. van Schaick
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake betrokkenheid bij fraude met bankrekening en bankpas
In deze civiele zaak stond centraal of appellant toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van haar verbintenis met ING Bank, of dat zij ongerechtvaardigd ten koste van ING is verrijkt, of dat ING onverschuldigd aan haar heeft betaald, dan wel of zij onrechtmatig jegens ING heeft gehandeld. Het hof had in een eerder tussenarrest vastgesteld dat appellant vermoedelijk betrokken was bij fraude met haar bankrekening en bankpas.
Appellant kreeg de gelegenheid om tegenbewijs te leveren, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Hierdoor acht het hof haar betrokkenheid bij de fraude komen vast te staan en concludeert dat zij toerekenbaar tekortgeschoten is en onrechtmatig heeft gehandeld jegens ING. De stelling dat zij onverschuldigd heeft betaald, is niet bewezen.
De grieven van appellant stranden hierdoor. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter dat haar vorderingen afwijst en veroordeelt haar in de kosten van het hoger beroep. De kosten worden begroot op € 683,- aan verschotten en € 948,- aan advocaatkosten, uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van appellant af en veroordeelt haar in de kosten van het hoger beroep.