ECLI:NL:GHAMS:2014:5434
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontheffing gezag moeder over minderjarige wegens ongeschiktheid en geen perspectief terugplaatsing
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die haar ontheft van het gezag over haar minderjarige dochter, die sinds 2012 in pleeggezinnen verblijft. De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ontheffing van het gezag en benoeming van Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam (BJAA) tot voogd.
De moeder stelde dat zij geschikt is om voor haar dochter te zorgen, medewerking verleende aan onderzoeken en behandelingen, en dat het belang van haar dochter niet geschaad wordt door haar het gezag te laten behouden. De Raad betoogde dat de moeder onvoorspelbaar en onberekenbaar is, met ernstige stemmingswisselingen en agressief gedrag, waardoor zij niet in staat is een veilige en stabiele opvoedingssituatie te bieden. De minderjarige vertoont getraumatiseerd gedrag en is gehecht aan haar pleegouders.
Het hof concludeerde dat de moeder ongeschikt is om haar opvoedingsplicht te vervullen, dat de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing onvoldoende bescherming bieden, en dat het belang van de minderjarige bij stabiliteit en duidelijkheid zwaarder weegt dan het belang van de moeder. Het verzoek van de moeder om de grootouders als voogd aan te wijzen werd afgewezen wegens onvoldoende waarborging van veiligheid. De beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: De ontheffing van het gezag van de moeder wordt bekrachtigd en BJAA wordt benoemd tot voogd van de minderjarige.