Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
Er wordt vergeten dat een regeling getroffen zal moeten worden voor de door hem aan Eday Housing betaalde courtage voor bemiddeling (1 maand huur + BTW ad € 3.217,76) waarvan nu pas 3 maanden verstreken zijn. Dat wil zeggen dat hij feitelijk schade ondervindt van zo’n € 2.400,00 aangezien dit bedrag was gebaseerd op de verhuur van tenminste 1 jaar. Bij een nieuwe zoektocht brengen wij nl. weer kosten in rekening;
Er ontstaat nu leegstand tijdens het zoeken van nieuwe huurders die logischerwijs voor rekening van de huidige huurder zou moeten komen, hierbij neem ik in acht dat het kennelijk tegen de wens van huidige huurders is om bezichtigingen toe te staan tijdens deze maand wat de boel alleen meer vertraagt;
Tot het moment dat er een nieuwe huurder is gevonden zou het contract voor de nutsvoorzieningen op naam van huidige huurder dienen te blijven;
Borg dient slechts te worden gebruikt voor kosten na check out. Als niet verrekend hoeft te worden zal dit gewoon worden teruggestort.
Zekerheid en op tijd overmaken van toekomstige huurbetaling;
Vast leggen check out datum;
Indien bezichtigingen toch eerder plaats kunnen vinden, graag duidelijk met huidige huurder regelen, inclusief sleutelafspraak van hun kant;
Machtiging van Ron indien hij niet aanwezig is bij check out.
inventaris”). Het hof is van oordeel dat [appellant] niet gerechtigd is het bedrag ad. € 318,61 op de betaalde waarborgsom in mindering te brengen. In dat verband is van belang dat [geïntimeerde] de woning op 26 juli of 27 juli 2012 ontruimd heeft verlaten met afgifte van de sleutels aan zijn makelaar Bijl die op zijn beurt de sleutels heeft overhandigd aan de makelaar van [appellant] (Van Gerwen). Deze heeft op zijn beurt nog dezelfde dag de sleutels aan [appellant] zelf overhandigd. Afgezien van het verweer van [geïntimeerde] inhoudende dat hij de woning wel in goede staat heeft opgeleverd, wijst [geïntimeerde] terecht erop dat [appellant] te laat bij [geïntimeerde] heeft geklaagd over de beweerdelijke schade aan de inventaris. Immers, bijna 6 maanden na ontruiming van het verhuurde door [geïntimeerde] (26 juli of 27 juli 2012) heeft [appellant] bij mail d.d. 13 januari 2013 [geïntimeerde] op de hoogte gebracht van de door [appellant] beweerde schade aan de inventaris. Gelet op voormelde omstandigheden behoefde [geïntimeerde] niet (meer) te verwachten dat [appellant] met een aanvullende (schade)claim zou komen met betrekking tot beweerdelijk beschadigde inventaris.
Voor elk geval dat huurder in verzuim is met de tijdige en volledige betaling van een geldsom, is hij 1% rente per maand verschuldigd over de verschuldigde hoofdsom vanaf de vervaldatum tot aan de dag van algehele voldoening van de hoofdsom. Hierbij wordt een gedeelte van een maand als een volle maand aangemerkt.Het door [appellant] gevorderde bedrag is de rente van 1% over de maandelijkse huurtermijnen van augustus 2012 tot en met december 2012, berekend tot en met december 2012.
Indien een van partijen toerekenbaar tekort schiet in de nakoming van enige verplichting welke ingevolge de wet en/of de huurovereenkomst op haar rust en de andere partij daardoor gerechtelijke en/of buitengerechtelijke maatregelen moet nemen, zijn alle daaruit voortvloeiende kosten voor rekening van de tekortschietende partij.[geïntimeerde] heeft de verschuldigdheid van de desbetreffende buitengerechtelijke kosten betwist en onder meer betoogd dat art. 20.3 van de Algemene Bepalingen moet worden aangemerkt als een onredelijk bezwarend beding in de zin van Richtlijn 93/13 oneerlijke bedingen.