Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Amsterdam
Klagers stelden dat de notaris onzorgvuldig had gehandeld door een hypotheekakte te passeren terwijl erflaatster, toen 89 jaar oud en tijdelijk in een woonzorgcentrum verblijvend, niet wilsbekwaam zou zijn geweest. Zij voerden aan dat erflaatster een delier had gehad en dat de notaris geen nader onderzoek naar haar wil had verricht.
De notaris betoogde dat hij uitgebreid met erflaatster had gesproken, waarbij zij helder en duidelijk reageerde, en dat hij geen aanwijzingen had dat zij niet wilsbekwaam was. Het hof nam het standpunt van de notaris over en oordeelde dat het feit dat erflaatster in een rolstoel zat en in een woonzorgcentrum verbleef, op zichzelf niets zei over haar geestelijke vermogens.
Het hof concludeerde dat de notaris voldoende alert was geweest op de wilsbekwaamheid van erflaatster en dat de klacht terecht ongegrond was verklaard. Er was geen bewijs dat de notaris wist van mogelijke beïnvloeding door een familielid of dat hij naliet nader onderzoek te doen. De beslissing van de kamer werd daarom bevestigd.
Uitkomst: De klacht tegen de notaris wegens onzorgvuldig handelen bij het passeren van de hypotheekakte is ongegrond verklaard en de beslissing van de kamer bevestigd.