Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
2.Feiten
grieven I en IIricht het hoogheemraadschap zich onder meer tegen onderdelen van de vaststellingen onder 2.7 respectievelijk 2.10. Het hof zal hierna de feiten zelf vaststellen, zodat deze grieven geen bespreking behoeven. Overigens bestaat over de vastgestelde feiten tussen partijen verder geen geschil.
3.Beoordeling
herhaald dat zij in minnelijk overleg zullen werken aan een oplossing voor de nu botsende belangen. Het vrijhouden van de strook tussen de buitenteen van de nieuwe steunberm en het plangebied betekent voor uw cliënt dat zij hier minder of geen recreatiewoningen kan plaatsen.
Uw cliënt is bereid de hem in eigendom toebehorende gronden in de hierboven omschreven strook aan het hoogheemraadschap vrij te houden van bebouwing en aan ons te koop aan te bieden. Wij zijn bereid deze gronden aan te kopen.
Het park wordt nu gerealiseerd;
Cliënte beëindigt haar contractuele verplichtingen tegen betaling van de laagst mogelijke schadevergoedingen, vanzelfsprekend in overleg met uw
Scenario II plus de afspraak dat, in geval uiteindelijk niet binnendijks wordt versterkt, cliënte, indien uw hoogheemraadschap dat dan wenst en een financieel gezonde realisatie dit toelaat, alsnog tot realisatie van het ecopark overgaat en de daarop te maken winst tussen partijen wordt verdeeld.
en het hoogheemraadschap nog dit jaar met een onderzoek naar de macrostabiliteit van veen in de ondergrond. Doel van beide onderzoeken is vooreerst te verkennen of en zo ja, in welke mate, het mogelijk is de negatieve maatschappelijke gevolgen van de versterking (…) te matigen. Tegelijkertijd gebiedt de realiteit te zeggen dat de studies tijd vragen, zodat het hoogheemraadschap betrokken bewoners en ondernemers vooralsnog geen uitsluitsel kan geven wat hen in concreto staat te wachten. Een en ander dwingt ons met spijt in het hart terug te komen op de in 2008 met Molenbouw B.V. bereikte overeenstemming.
Vierde alinea
Derde alinea
krijgt vrijdag aanstaande antwoord op de aan DHV gestelde vragen. Omdat ik - en HHNK met mij - slechts kan gissen wat de richting van het antwoord zal zijn, kan Molenschouw m.i. overgaan tot het informeren van de personen en instellingen die naar haar oordeel voor die informatie in aanmerking komen.”
aan DHV de opdracht gegeven om te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om een eventuele binnenwaartse dijkversterking uit te voeren binnen de eerder vastgestelde contour van 8 meter. Op 4 augustus 2011 heeft het hoogheemraadschap een rapport ontvangen van DHV(gedoeld wordt kennelijk op het als productie 17 bij conclusie van antwoord overgelegde memo van DHV B.V. van 4 augustus 2011 met bijlagen; hof)
, met de resultaten van dit onderzoek. Uit het rapport blijkt dat er drie alternatieven zijn voor een binnendijkse versterking:
- De conventionele versterking: Deze variant is gebaseerd op het uitgangspunt dat er geen rekening hoeft te worden gehouden met andere binnenwaartse activiteiten. Deze variant zal leiden tot een lichte verhoging en een verlenging van de bestaande binnenberm. De conventionele versterking zal buiten de zone van 8 meter komen.
- Een steunberm: deze optie blijft binnen de zone van 8 meter, maar zal moeten worden aangelegd voordat het Ecopark wordt aangelegd in verband met mogelijke grondvervormingen.
- Een constructieve oplossing door middel van een damwand of diepwand. De wanden kunnen worden aangebracht op het moment dat de dijkversterking plaatsvindt.
mogelijk(onderstreping van het hof) niet binnen de contour van 8 meter zou kunnen worden versterkt. Niet gesteld of gebleken is dat het hoogheemraadschap daarna in enig contact met Kinselmeer (in het bijzonder tijdens het overleg van partijen op 28 maart 2011, 19 mei 2011 en/of 29 juni 2011) heeft laten weten dat die mogelijkheid inmiddels zekerheid was geworden. Integendeel, uit de eerste twee alinea’s van de onder 3.1 (i) geciteerde brief van mr. Kaspers aan het hoogheemraadschap van 1 juli 2011 blijkt genoegzaam dat Kinselmeer ervan op de hoogte was dat een en ander (nog steeds) onzeker was.
Het hoogheemraadschap heeft nog geen keuze kunnen en willen maken en legt de laatste hand aan het formuleren van zijn standpunt. Indien en voor zover technische terugvalopties bij een eventuele binnenwaartse versterking niet kansrijk of haalbaar zijn, bieden de door u geschetste scenario’s II en III een goed vertrekpunt voor de komende onderhandelingen”niet anders lezen dan als een door het hoogheemraadschap met betrekking tot zijn bereidheid tot het schadeloosstellen van Kinselmeer gemaakt voorbehoud: het hoogheemraadschap is alleen dan bereid Kinselmeer schadeloos te stellen, als voor de dijkversterking – kort gezegd – meer grond benodigd zou blijken dan de (in 2009 van Kinselmeer gekochte) strook van acht meter. Dat het hoogheemraadschap zich bereid verklaart (vast) met Kinselmeer over (de omvang van) een schadeloosstelling te onderhandelen en daartoe[A] als contactpersoon aanwijst, doet daaraan niet af, te minder omdat de brief vermeldt dat[A] geen mandaat had het hoogheemraadschap rechtens te binden. Ook de enkele aankondiging in de brief dat het hoogheemraadschap [X] opnieuw (hof: evenals in 2009) als deskundige zal aanzoeken om voor hem op te treden in het kader van een vast te stellen schadeloosstelling, werpt geen ander licht op de zaak. Het gemaakte voorbehoud blijft daarmee immers overeind.
Oosterling niet bevoegd was het Hoogheemraadschap rechtens te binden, omdat dat ook in 2009 zo was.”(zie pagina 2, zevende streepje).
grief VII. Deze grief houdt in dat de rechtbank ten onrechte het hoogheemraadschap in de proceskosten heeft verwezen. Uit al het voorgaande blijkt dat de grief gegrond is en dat Kinselmeer, als de in het ongelijk gestelde partij, de kosten van het geding in beide instanties zal hebben te dragen. De vordering van het hoogheemraadschap tot terugbetaling van de door hem kennelijk op 20 september 2013 aan Kinselmeer voldane proceskosten van de eerste aanleg is dan ook, als voor het overige onweersproken, toewijsbaar. De wettelijke rente over de proceskosten is toewijsbaar als na te melden.