Uitspraak
[appellant sub 2],
[appellant sub 3],
[appellant sub 4],
wonend te [woonplaats], gemeente [gemeente],
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
overmachtsituatie’. Gesteld moet
grief 1komt [appellant] op tegen de overweging van de rechtbank onder 5.4 dat het rapport [Y] bijna woordelijk gelijk is aan de daaraan voorafgaande aansprakelijkheidsstelling van HHNK door [appellant], zodat dit rapport niet zonder meer overtuigt als objectief en juist. Ter toelichting voert [appellant] aan dat, voor het geval de rechtbank oordeelt dat aan het rapport [Y] een schijn van partijdigheid kleeft, [Y] is aangesloten bij het NIVRE, welk instituut de kwaliteit van de dienstverlening door experts bewaakt. Er mag daarom in beginsel van worden uitgegaan dat het rapport is tot stand gekomen onder verantwoordelijkheid van een ter zake deskundig expert waarvan de professionaliteit, en daarmee de objectiviteit en juistheid, voldoende is gewaarborgd, aldus [appellant]
grief 2richt [appellant] zich tegen rechtsoverweging 5.5 van het vonnis. Hierin heeft de rechtbank, zoals [appellant] heeft samengevat, overwogen:
grieven 4 en 5richten zich tegen de overweging van de rechtbank in 5.6 van het vonnis met betrekking tot de (on)geschiktheid van het perceel voor aardappelteelt respectievelijk de werking van het afwateringssysteem. De behandeling van deze grieven kan achterwege blijven, omdat deze niet relevant zijn voor de beoordeling van de op HHNK rustende zorgplicht en uit het vorenstaande reeds volgt dat HHNK zijn zorgplicht niet heeft verzaakt. Reeds om die reden blijft het eerdergenoemde aanvullend rapport van [B] van 28 april 2014 ook hier buiten beschouwing.