ECLI:NL:GHAMS:2014:4561
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing verzoek wettelijke schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstaan schulden
De zaak betreft het hoger beroep van verzoekster tegen de afwijzing van haar verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling door de rechtbank Noord-Holland. Verzoekster heeft een schuld opgebouwd bij het CJIB van €3.596,- door boetes wegens verkeersovertredingen en onverzekerd rijden. Zij stelde dat zij deze boetes buiten haar schuld niet kon betalen vanwege een inkomstenterugval en gezondheidsproblemen.
Het hof oordeelt dat de schuld niet te goeder trouw is ontstaan, omdat de boetes vermijdbaar waren. Daarnaast is er een terugvordering van huurtoeslag wegens het niet juist opgeven van het gezinsinkomen, waarvoor verzoekster eveneens niet te goeder trouw was. De omstandigheden dat verzoekster onder budgetbeheer staat en steun krijgt van haar omgeving, zijn onvoldoende om de hardheidsclausule toe te passen.
Het hof constateert dat verzoekster onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij de situatie die tot de schulden heeft geleid onder controle heeft gekregen. Ook is niet gebleken dat zij verantwoordelijkheid neemt voor haar financiële situatie. Daarom wordt het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en het verzoek tot schuldsanering afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot schuldsanering wegens niet te goeder trouw ontstaan van schulden.