ECLI:NL:GHAMS:2014:4558
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- A.N. van de Beek
- M.M.A. Gerritzen - Gunst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onderhoudsplicht na echtscheiding ondanks samenleven met ander
Partijen zijn in 1987 gehuwd en in 2006 gescheiden. In het echtscheidingsconvenant is een partneralimentatiebedrag vastgesteld, met een niet-wijzigingsbeding en een bepaling dat alimentatie eindigt bij samenleven als waren zij gehuwd. De man verzocht in hoger beroep beëindiging van zijn onderhoudsplicht vanaf november 2013, stellende dat de vrouw duurzaam samenleeft met een ander en dat de lotsverbondenheid is vervallen.
Het hof oordeelt dat hoewel er sprake is van een langdurige affectieve relatie tussen de vrouw en haar partner, zij niet onder één dak wonen en onvoldoende financiële verwevenheid is aangetoond. Hierdoor is niet voldaan aan de restrictieve voorwaarden van artikel 1:160 BW Pro voor beëindiging van alimentatie wegens samenwonen.
Verder acht het hof de lotsverbondenheid tussen partijen, mede gelet op de duur van het huwelijk en de kinderen, nog steeds aanwezig. Het beroep van de man op limitering van alimentatie op grond van artikel 1:157 lid 3 BW Pro wordt afgewezen, mede vanwege het niet-wijzigingsbeding en het ontbreken van voldoende omstandigheden voor verkorting van de wettelijke termijn.
Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en wijst het hoger beroep van de man af.
Uitkomst: De partneralimentatieplicht van de man blijft ongewijzigd van kracht; het hoger beroep wordt afgewezen.