Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
Vonnis waarvan beroep
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in zijn vervolging
is.
Gerechtshof Amsterdam
In deze strafzaak stond de vraag centraal of het openbaar ministerie ontvankelijk was in de vervolging van een verdachte die werd beschuldigd van het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder geldige tewerkstellingsvergunning, terwijl daarvoor al een bestuurlijke boete was opgelegd.
De feiten betroffen werkzaamheden verricht door een vreemdeling in een restaurant in de periode van 1 tot en met 9 juni 2010. De Arbeidsinspectie had op 16 september 2010 een boete van €12.000 opgelegd wegens overtreding van artikel 2 van Pro de Wet arbeid vreemdelingen. Het OM startte vervolgens strafvervolging op grond van artikel 197b Sr.
Het hof overwoog dat het feit waarvoor de bestuurlijke boete was opgelegd en het strafbare feit uit artikel 197b Sr hetzelfde feit vormen, omdat beide bepalingen zien op het bestrijden van illegale tewerkstelling van vreemdelingen en onderdeel zijn van het vreemdelingenbeleid. Er was geen sprake van nieuwe bezwaren of een bevel tot vervolging. Daarom werd het OM niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging.
Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht door het OM niet-ontvankelijk te verklaren. Dit arrest bevestigt de toepassing van het ne bis in idem- en una via-beginsel in strafzaken na bestuurlijke boetes.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens toepassing van het ne bis in idem-beginsel na oplegging van een bestuurlijke boete.