Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[APPELLANT SUB 1],
[APPELLANTE SUB 2],
mr. J.W. Spanjerte Haarlem,
mr. J.G. Galamate Eemnes.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak ging het om de huur van een stacaravan die sinds 1982 op een terrein nabij een adres in Haarlem stond, verhuurd door Van Elk Holding aan [appellant sub 1]. De kern van het geschil betrof de vraag of de huurovereenkomst betrekking had op een standplaats in de zin van artikel 7:236 BW Pro, hetgeen huurbescherming zou bieden.
De kantonrechter had geoordeeld dat alleen de artikelen 7:201 tot en met 7:230 BW van toepassing waren en de overige vorderingen van Van Elk Holding had afgewezen. In hoger beroep stelde [appellant sub 1] dat het terrein wel degelijk een standplaats was, maar het hof oordeelde dat het terrein niet de administratiefrechtelijke bestemming standplaats had en dat de feiten dit niet anders ondersteunden.
Van Elk Holding had de huurovereenkomst opgezegd wegens dringend eigen gebruik en het niet-goed-huren van [appellant sub 1]. Hoewel de gemeente Haarlem nog niet definitief toestemming had gegeven voor de planontwikkeling, stond zij positief tegenover de plannen van Van Elk Holding, mits de stacaravan was verwijderd.
Het hof vond dat Van Elk Holding een voldoende zwaarwegend belang had bij de opzegging, mede omdat de opbrengsten van de ontwikkeling als pensioenvoorziening dienden. Het hof vernietigde het eindvonnis gedeeltelijk, veroordeelde [appellant sub 1] tot ontruiming van het gehuurde uiterlijk 31 augustus 2014, met een dwangsom en mogelijkheid tot ontruiming met behulp van politie, en veroordeelde hem in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof veroordeelt huurder tot ontruiming van de stacaravan uiterlijk 31 augustus 2014 wegens ontbreken van huurbescherming.