Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in hoger beroep over de hoogte van de partneralimentatie na echtscheiding. De vrouw vordert een hogere uitkering dan de man betaalt sinds 2012, mede vanwege haar aanvullende behoefte en de draagkracht van de man. De man stelt dat de vrouw onjuiste inkomensgegevens heeft verstrekt en dat zijn draagkracht lager is door zijn pensioenkeuzes.
Het hof beoordeelt de aanvullende behoefte van de vrouw op € 2.780,- per maand en constateert dat de man onvoldoende heeft onderbouwd dat de vrouw over extra inkomsten beschikte. De draagkracht van de man wordt herberekend, waarbij rekening wordt gehouden met zijn werkelijke pensioeninkomen, woonlasten en medische kosten, en wordt vastgesteld op € 2.000,- per maand voor de periode 1 augustus 2009 tot 1 augustus 2012 en € 530,- per maand vanaf 1 augustus 2012.
De rechtbank heeft ten onrechte geen rekening gehouden met de hogere werkweek van de man en onjuiste aannames over de inkomenssituatie. Het hof wijst het verzoek van de man af om de alimentatie op nihil te stellen en sluit de wettelijke indexering niet uit. De beschikking wordt vernietigd en opnieuw vastgesteld met de genoemde bedragen, uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bepaalt de partneralimentatie op € 2.000,- per maand van 1 augustus 2009 tot 1 augustus 2012 en € 530,- per maand vanaf 1 augustus 2012.