ECLI:NL:GHAMS:2014:3739
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M. Wigleven
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- A.V.T. de Bie
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie na echtscheiding bij grote welstand
Partijen zijn in 1990 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden zonder finaal verrekenbeding en zijn in 2011 gescheiden. De man is directeur en enig aandeelhouder van een onderneming die verlieslijdend is, en de vrouw heeft een laag inkomen en zorgt voor de kinderen. De rechtbank had de partneralimentatie vastgesteld op €1.790 per maand.
De man kwam in hoger beroep met het verzoek de alimentatie op nihil te stellen, terwijl de vrouw incidenteel hoger beroep instelde voor een hogere alimentatie van €4.000 per maand. Het hof oordeelde dat de vrouw onvoldoende bewijs had geleverd voor de stelling dat de man zwarte inkomsten had, en dat de man zijn salaris als DGA terecht had verlaagd vanwege negatieve bedrijfsresultaten.
Het hof liet de exacte huwelijksgerelateerde behoefte van de vrouw in het midden, maar vond dat deze hoger lag dan de vastgestelde alimentatie. De man werd als alleenstaande aangemerkt omdat zijn partner naar Thailand was vertrokken. De man had onvoldoende inzicht gegeven in zijn financiële situatie na de verkoop van zijn snackbar en verblijf in Thailand. Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de rechtbank en wees de verzoeken van partijen in hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en handhaaft de partneralimentatie van €1.790 per maand.