ECLI:NL:GHAMS:2014:3712
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.G. Kleene-Eijk
- W.J. van den Bergh
- A.R. Sturhoofd
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over uitleg en afwikkeling huwelijkse voorwaarden na echtscheiding
Partijen zijn in 2005 op huwelijkse voorwaarden gehuwd en in 2011 gescheiden. Het geschil betreft de uitleg en uitvoering van de huwelijkse voorwaarden, met name de verrekening bij echtscheiding en de verdeling van gemeenschappelijke eigendommen.
De vrouw stelt dat verrekening ook bij echtscheiding zou moeten plaatsvinden, gebaseerd op gesprekken met de notaris en de man, en dat zij aanspraak maakt op bedragen uit huurinkomsten en verkoopopbrengsten. De man verzoekt deels afwijzing van de vrouw haar vorderingen en stelt eigen vorderingen tot betaling en vergoeding wegens gebruik en kosten.
Het hof concludeert op basis van de tekst van de huwelijkse voorwaarden en de omstandigheden dat finale verrekening bij echtscheiding is uitgesloten. De vrouw kan geen aanspraak maken op verrekening zoals bedoeld in artikel 1:141 lid 3 BW Pro. De meeste verzoeken van de vrouw worden afgewezen, terwijl de man wordt toegewezen in zijn vorderingen tot betaling van bedragen gerelateerd aan het pand aan de [adres b] en de helft van de makelaarskosten. Verzoeken tot vergoeding voor gebruik van woning en inboedel worden afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst deels de vorderingen van de man toe en wijst de meeste verzoeken van de vrouw af, bevestigend dat bij echtscheiding geen finale verrekening van huwelijkse voorwaarden plaatsvindt.