ECLI:NL:GHAMS:2014:3339
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.G. Kleene-Eijk
- G.J. Driessen-Poortvliet
- A.R. Sturhoofd
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksvermogen en vergoedingsrechten onder Marokkaans huwelijksvermogensrecht
Partijen zijn in 1991 gehuwd onder Marokkaans recht en hun huwelijk is in 2012 ontbonden. De vrouw vordert in hoger beroep dat het vermogen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd, waaronder een perceel grond en woning in Marokko, een bankrekeningssaldo en een levensverzekeringspolis, als gemeenschappelijk vermogen wordt verdeeld of dat zij een vergoeding ontvangt.
Het hof stelt vast dat op grond van artikel 49 Mudawwanah Pro 2004 geen gemeenschap van goederen ontstaat door het huwelijk, maar dat afspraken over vermogensrechtelijk gebruik en verdeling mogelijk zijn mits vastgelegd. Er is geen bewijs dat partijen zulke afspraken hebben gemaakt. De vrouw kan wel aanspraak maken op vergoeding voor haar inspanningen die hebben bijgedragen aan de vermogensaanwas van de man.
De vrouw heeft gedurende het huwelijk gezorgd voor het huishouden en de kinderen en heeft vanaf 2000 ook inkomen verworven dat deels is gebruikt voor hypotheeklasten. Het hof stelt de vergoeding op 30% van de waarde van de grond en woning en 30% van het banksaldo. Daarnaast krijgt zij recht op de helft van de waarde van de levensverzekeringspolis die aan de hypotheek is gekoppeld.
De vrouw hoeft de originele eigendomspapieren in de attachékoffer niet te behouden; deze dienen aan de man te worden teruggegeven. De overige beslissingen van de rechtbank worden bekrachtigd. De beschikking wordt deels vernietigd en opnieuw beslist ten gunste van de vrouw voor de genoemde vergoedingen.
Uitkomst: Vrouw krijgt 30% vergoeding op grond en woning en banksaldo, en helft van levensverzekeringspolis toegekend.