Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 1995 gehuwd en in 2007 gescheiden met een convenant waarin de man een bijdrage van €150 per kind per maand aan de vrouw betaalt voor de verzorging en opvoeding van hun twee kinderen.
De man verzocht de bijdrage per 30 september 2012 op nihil te stellen vanwege een co-ouderschapsregeling en gewijzigde financiële omstandigheden, waaronder dubbele woonlasten door aankoop van een woning dichter bij de kinderen en een derde kind uit een andere relatie.
De vrouw verzocht om een hogere bijdrage van €400 per kind per maand, maar dit verzoek werd niet ontvankelijk verklaard omdat zij in eerste aanleg geen zelfstandig verzoek had ingediend.
Het hof beoordeelde de draagkracht van de man opnieuw, rekening houdend met zijn inkomen, woonlasten, de co-ouderschapsregeling, en de onderhoudsplicht voor drie kinderen. Ook werden kosten die de man vrijwillig voor de kinderen maakte meegenomen.
Uiteindelijk stelde het hof de kinderbijdrage vast op €137 per kind per maand met ingang van 30 september 2012, waarbij de vrouw niet ontvankelijk werd verklaard in haar hogere vordering.
Uitkomst: De kinderbijdrage van de man wordt vastgesteld op €137 per kind per maand vanaf 30 september 2012.