Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
- i) Een taxatierapport van [A] makelaardij ([taxateur A]) van 19 april 2011 waarin als doel van de taxatie is vermeld ”[h]et vaststellen van de marktwaarde ten behoeve van (…) het (eventueel) onderbouwen van een bezwaarschrift”. In het taxatierapport zijn drie vergelijkingsobjecten opgevoerd en wordt als marktwaarde van de woning per 1 januari 2010 vermeld: € 1.050.000. Het woonoppervlak wordt bepaald op 232 m² (onder aftrek van de zolder); voor de zolder en de kelder is 217 m2 vermeld.
- ii) een taxatierapport van [B] Makelaar (drs. [Taxateur B]) van 1 april 2011 waarin als doel van de taxatie is vermeld “waardebepaling i.v.m. WOZ-beschikking”, en waarin vier vergelijkingsobjecten worden opgevoerd – 3 transacties en 1 vraagprijs – en als marktwaarde van de woning per 1 januari 2010 is vermeld: € 948.000. In dit taxatierapport wordt het woonoppervlak bepaald op 352 m².
- iii) een WOZ taxatierapport van [C] Taxaties ([Taxateur C]) van 9 maart 2013 waarin als doel van de taxatie is vermeld: “om de waarde van het onderhavige WOZ-object te bepalen naar de waardepeildatum 1 januari 2010 in het kader van de Wet WOZ”, waarin vier vergelijkingsobjecten zijn opgevoerd en waarin als waarde van de woning per 1 januari 2010 is vermeld: € 958.000. In dit taxatierapport wordt de inhoud van de woning (eveneens) bepaald op 840m³ (woondeel), 375 m3 (kelder) en 160 m3 (zolder).